Voorstel van wet wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek

In de kern komt de voorgestelde regeling nu op het volgende neer.

De maximale termijn waarover partneralimentatie verschuldigd is, wordt verlaagd van twaalf naar vijf jaar. Er zijn twee uitzonderingen op deze hoofdregel.

  1. Bij langdurige huwelijken, waarbij de alimentatiegerechtigde ten hoogste tien jaren jonger is dan de toepasselijke AOW- leeftijd, kan de partneralimentatie maximaal tien jaar duren (tot het bereiken van de AOW-leeftijd). Als een echtgenoot lange tijd niet actief is geweest op de arbeidsmarkt en op latere leeftijd in een echtscheiding komt, is het niet redelijk te veronderstellen dat betrokkene binnen vijf jaar in zijn/haar eigen onderhoud kan voorzien. Dit is de achtergrond van de eerste uitzondering.
  2. De tweede uitzondering geldt voor echtgenoten met zorg voor jonge kinderen. In dat geval blijft de maximale duur van partneralimentatie twaalf jaar. Na die termijn hebben de kinderen de middelbare schoolleeftijd bereikt waardoor het eenvoudiger is voor betrokkene om de zorg te combineren met een baan. De initiatiefnemers menen met deze twee uitzonderingsgevallen tegemoet te komen aan de zorgen dat de partneralimentatie te snel en te rigide wordt ingekort. Zo verwachten zij een goede balans te hebben gevonden tussen de gerechtvaardigde belangen van zowel alimentatiegerechtigden als alimentatieplichtigen.

Er is voor gekozen de grondslag van voortdurende solidariteit voor partneralimentatie niet te wijzigen. Ook de berekeningssystematiek wordt niet gewijzigd. Verder is ervoor gekozen de indexering niet uit te sluiten, af te zien van de mogelijkheid bij huwelijkse voorwaarden afspraken te maken over partneralimentatie, de bepaling over de rol van nieuwe partners te schrappen en de nietigheid van een beding tot uitsluiting van partneralimentatie te handhaven. Het belangrijkste onderdeel van het wetsvoorstel, de verkorting van de duur van partneralimentatie, blijft wel in stand.

« terug naar het overzicht